Make your own free website on Tripod.com

Home

Pollux wie? | Onze held en andere verhalen | Link u rot | Contact Pollux
Gedachten
Pollux Molovich

Het is zaterdagochtend en de zon schijnt door mn raam. Bankafschriften kunnen wachten. De belasting ook. De stoffige troep in mn kamer hoopt zich al drie maanden op, een weekje meer of minder maakt ook niet uit. Maar mn thee smaakt goed. De milde zon verwarmt mn bovenbenen, buiten lijken de grachten te dampen in de frisse wintergloed. Het is het soort sfeer waarin een gevoel van geluk is toegestaan.
Had ik maar een ouderwetse brievenopener, bedenk ik me, een wonderschoon stuk gereedschap. Geopende enveloppen zullen er een stuk esthetisch verantwoorder uitzien.

Leopold Bloom staat er op de dichte envelop. Meer niet. Iemand die te zuinig was om een postzegel aan te schaffen en ijverig genoeg om het persoonlijk te komen brengen. Weinig vertrouwen in de posterijen kan natuurlijk ook. De papierkwaliteit is in ieder geval hoogwaardig. Een bruin cirkeltje verraadt dat er een kopje koffie op heeft gestaan. Niet zuinig, wel ijverig en nog slordig op de koop toe ook. Het handschrift ken ik niet. Mijn vinger doet dienst als briefopener. De scheur is slordig, ik haal de brief eruit. In hetzelfde, sierlijk handschrift staat er:

Leo,

We zijn het zat genegeerd te worden.
Als je vanaf nu niet doet wat je denkt, zul je sterven.

Je gedachten

Wat moet ik hier nu van denken denken? Laat ik eerst een slokje van mn thee nemen. Ik neem een slokje en voel de lauwe thee aangenaam door mn keel glijden. Zet het kopje neer... Ik zet het kopje neer. Ga de straat op... Ik blijf zitten en neem nog een slokje van mn lauwe thee. Mn linkerhand begint te tintelen. Hup, naar buiten!... ik kom van de bank af en loop naar mn stapel ongewassen kleren. De tinteling verdwijnt. Ga de straat op in je onderbroek en nachthemd... Maar het is koud, onder het vriespunt wellicht. Niks mee te maken!... De desbetreffende onderbroek heb ik van mn moeder voor Sinterklaas gekregen. Elk jaar krijg ik drie onderbroeken met Sinterklaas, sinds mn achtste weet ik dat ik ze van mn moeder krijg. Ik ben nu 24, loop naar mn stapel ongewassen kleren en voel mn hand weer tintelen. Ik trek mn broek aan, het tintelende gevoel sluipt mn pols in. Ik trek mn broek weer uit, het tintelende gevoel trekt weg. Stop een opgerold briefje van 10 euro in je onderbroek, klem het tussen je ballen en je piemel... Ik doe wat me bevolen wordt. Ik wil alleen nog mn jas pakken, maar het mag niet.

Wat nu als ik mn sleutels in de gracht gooi, denk ik als ik buiten sta. Doe het nu maar gewoon... Kut. Ach, ik kom wel weer binnen, er zijn meer mensen die mijn sleutels hebben. De kou slaat op mn longen. Plons.
Nergens meer aan denken, zing een liedje... Tatatata. Is it getting better. Or do you feel the same. Will it make it easier on you. Now you got someone to blame. You say... Een strakgespande spiermassa komt de hoek om. Spuug die vent in zn bek... Godverdomme, heb je gezien hoe hij eruit ziet? Als ik dat doe ben ik zeker dood. Als je het niet doet ook... Ik doe het niet. Je doet het wel!... Ik doe het niet. Je doet het wel... In het voorbijgaan kijkt de man naar mn onderbroek. Ga terug... Nee. De tinteling verspreidt zich in n scheut naar mn elleboog en wordt pijnlijker. Ga terug... Ik loop door. De pijn stroomt naar mn keel en ontneemt me adem. Ik wankel. Ga terug!... Ik draai me om, de pijn trekt langzaam weg, ik ren en maak een rochel aan.
"H lul!" De man draait zich om, ik rochel m in zn rechteroog. De man begrijpt nog niet wat er nu precies gebeurd is. Rennen... Ik ren en hoor dat zich achter me een scheldtornado begint op te wellen. Of ik dood moet. Nee, dat was nu net het punt, simpele zak. Hij rent achter me aan. Niet omkijken... Dat begrijp ik ook wel. Hier naar rechts... hier naar links... die antiekzaak in...

Een belletje klingelt. Het ruikt hier naar drooggekookte spruitjes. Een man in een grijs gebreide trui toont zn hoofd vanachter een staande klok. Hij gaat achter de toonbank staan en heeft wat lange slierten grijs haar naar n kant op zn hoofd geplakt om zn kaalheid te verbergen. Hij kijkt naar mn onderbroek.
"Kan ik iets voor u betekenen?"
"Heeft u misschien ook briefopeners?"
"Nog voorkeur?"
"De goedkoopste graag."
De man haalt een houten kistje vanonder de toonbank, waarin een stuk of tien verschillende briefopeners zitten. Zes euro kost de eenvoudigste. Trek je onderbroek op je knien... en betaal de goede man... Ik kijk de man niet aan, maar weet zeker dat hij naar het opgerolde tientje tussen mn ballen en mn piemel kijkt. Tuurlijk kijkt hij... Ik pak het tientje. De man heeft zn blik afgewend, zie ik als hem weer aankijk. Vertwijfeld pakt hij het tientje aan, alsof God m net gevraagd heeft zn eerstgeborene te offeren. Vraag m of je hier even kan bellen...
"Kan ik hier wellicht telefoneren?" Zwijgend wijst de man richting achterin de zaak. Met mn onderbroek op mn knien loop ik naar de ouderwetse draaitelefoon.
Bel je moeder op...
"Met mevrouw Bloom."
"Met Leo."
Zeg het!...
"Ma, ik haat je met je onderbroeken. Je hebt mn leven verwoest, ik had nooit geboren mogen worden."
Wat zeg ik nu? Ik gooi de hoorn meteen op de haak. Wil niet afwachten hoe ze vol ongeloof de boodschap tot zich door zal laten dringen. Mn zorgzame moeder. Bereid haar leven op het spel te zetten voor mijn geluk. In de oneindige goedheid die moeders eigen is, zal ze mijn boodschap nog geloven ook. Ik moet haar terugbellen. Nee, je moet weg... Ik moet haar terugbellen. Ik draai het nummer. Twaalf keer laat ik het overgaan. Je moet weg...
Mijn lichaam is een rivier van wanhopige droefenis als ik mijn onderbroek weer optrek en betraand richting uitgang loop, de briefopener stevig in mn rechtervuist klemmend. Het wisselgeld laat ik op de toonbank liggen.

De weg is opgebroken. Pak die baksteen op... Ik pak de baksteen op en bedenk me dat ik opgegeven heb weerstand te bieden. Wel zo verstandig...
Een vrouw met kinderwagen komt aangelopen. Ze is zon twintig meter van me verwijderd als ze me opmerkt, ze vertraagt.
Nee, dat kan ik niet. Je moet... Nee. Kennelijk ben ik de wanhoop toch nog niet voorbij. Het zit niet in me, godverdomme, dat kan ik niet op mn geweten hebben. Je moet... Gooi die baksteen op dat kind... "Neeeeeeee!", schreeuw ik nu uit volle borst.
In opperste staat van paniek probeert de vrouw haar kinderwagen te keren. Voor schreeuwende gekken in een onderbroek en nachthemd kan je niet snel genoeg vluchten. Ik probeer mn onvermijdelijke actie uit te stellen. Gevoel begint uit mn gezicht te verdwijnen, op mn benen kan ik amper staan, mn hart klapt bijna mn lijf uit, ademen kan niet meer. En toch lukt het me de baksteen met aardig wat kracht te gooien. Hij landt op de rug van de vrouw, die gevloerd wodt en het uitschreeuwt van de pijn, maar veel meer nog uit moederinstinct. Ze heeft de kinderwagen bij de achteras vast.
Ga ernaar toe... Met de briefopener in de hand loop ik naar de kinderwagen. Uit mn mond klinkt een soort walvissenschreeuw als ik het roodjankende babygezicht in de kinderwagen bekijk en mijn briefopener langzaam hooghef. Nu!...
"Kankerlijer!" , klinkt er bevrijdend dichtbij. Het is dat wandelende stuk testosteron met mijn rochel in zn oog. Steek dat kind!... Ik laat de briefopener vallen. Steken zei ik!... Je ziet toch dat ik moet rennen. Steken... of nee, je hebt gelijk: rennen... Rennen Leopold... Als roadrunner met een overdosis speed spurt ik de straat uit. Dat fitnessproduct zal die jonge moeder wel helpen.
Die pakeergarag in... Ik ren de spiraal naar boven, tot op het dak. Nahijgend loop ik langzaam naar de rand. Waag het eens... Ik kijk over de rand. Beneden ligt de stoep vredig op mijn lichaam te wachten. Niet springen, zeg ik je!... Niet springen!... Ik voel dat mn hand weer begint te tintelen en spring.
Loser... ik zei het toch...