Make your own free website on Tripod.com

Home

Pollux wie? | Onze held en andere verhalen | Link u rot | Contact Pollux
Drank, blondines en horloges
Pollux Molovich

Onze held in het driedelig grijs

Papieren, een Mont Blanc van papieren. En vijf asbakken, vol met uitgedrukte sigaretten. En een bruin ontbindende bananenschil. Ik heb me al vijf dagen niet geschoren en eet al een maand lang niks dan tosties. Kaas lust ik alleen als het gesmolten is en het brood is toch te oud om niet te roosteren alvorens het te eten. Slapen lukt ook niet echt. De dromen zijn nog huiveringwekkender dan het leven zelf. Gelukkig is er de whiskey, die mn lasten nog zwaarder maakt dan ze al zijn en het lijden nog heviger, maar me onverschillig laat, godzijdank. Mn radio is stuk.
De dood van de hond was mijn schuld. Maar hoe kon ik nu weten dat het beest de val wel zou hebben overleefd, dat kutwijf had zout in mn ogen gestrooid, ik had bij god niet door dat we pas op de eerste verdieping zaten. Het enige wat ik dacht was hou die riem vast, laat m niet te pletter vallen toen die hoer die kutpoedel naar buiten gooide. En mij dan nog voor vuile moordenaar uitmaken ook als ik het levenloze lichaampje weer naar boven trek, de tong uit de bek, maar met alle witte haarpluimpjes bovenop het hoofd en rond de enkels nog keurig in model. Dom hoerenhondje. En alleen maar omdat ik gedaan had waarvoor ik betaald werd. Kan ik er wat aan doen dat de mens niet graag betrapt wordt op zn ontrouw? Kan zon hond er wat aan doen?

Er werd aarzelend geklopt. Door het matglazen ruitje van mn deur zag ik het silhouette van een welgevormde vrouw gekleed in wat zo te zien een mantelpakje met flinke schoudervullingen was. Ik had al in geen vijf dagen gesproken, toch hoorde ik mezelf succesvol binnen zeggen. Ze deed de deur open en bleef in de opening staan. Het licht in de gang was sterker dan in mijn kantoor dus ik zag nog steeds niet hoe ze er precies uitzag. Maar overdonderd door haar verschijning was ik. Ze rookte een sigaret (uiteraard) die ze momenteel naast haar gezicht hield. Ze was zelfs in deze zware schaduw overduidelijk blond en had een Madonna-zonnebril voor haar ogen.
- "Kom binnen", nodigde ik haar nogmaals uit en schoof wat papieren van mn bureau af.
- "Ik blijf hier liever staan", zei ze met een zwaar zwoele stem. Ook goed. "Ik heb toch niet veel te zeggen. Het zit zo, meneer Malone: ik weet zeker dat mijn man vreemdgaat en zal u 2000 gulden plus mijn lichaam geven als u dat weet aan te tonen. Mijn naam is Marlène Dubois en u kunt me bereiken op 09060566. Ik leg hier een foto van mn man neer, hij werkt bij de ABN Amro op de Vijzelstraat, is om vijf uur klaar, waarna het meestal nog minstens drie uur duurt eer hij thuis is. Meer hoeft u niet te weten."
Haar strakke pakje belette haar niet elegant te hurken om de foto op de vloer neer te leggen. Ze stond weer op, groette me woordeloos, sloot de deur en vertrok. Hubbahubba. Das verdomd geen slecht aanbod. Half vijf. Ik pakte een lading kermishorloges uit mn lade, stak bij het naar buitengaan de foto in mn binnenzak en sloot de deur.

Ik stopte mn auto schuin voor de ABN met uitzicht op de uitgang. Nog tien minuten en het was vijf uur. Ik bekeek de foto. Geen slecht uitziende man van een jaar of 35, zwart golvend haar, duidelijke jukbeenderen. Een wit zijden sjaaltje om de hals en een sigaret in de hand, alfsof de foto in 1935 was genomen. Achterop las ik: "Denver la Prada, geboren te 12 februari 1963, 1,85m, woonachtig te Oudekerk a/d Amstel, auto: BMW 7, vier jaar oud, nummerbord: YPLT88."
Om klokslag vijf uur kwamen zes mannen met koffertjes naar buiten lopen. De man die op de foto leek, ging als enige de parkeergarage van de ABN in. Ik wachtte rustig af totdat de BMW naar buiten zou rijden. Maar in plaats daarvan zag ik La Prada gewoon weer naar buiten lopen. Zijn tas had hij kennelijk in de auto gelaten, zijn jasje ook, het enige wat hem tegen de koude beschermde was de witte sjaal van de foto, als dat flodderding al enige warmte kon bieden. Ik stapte mn auto uit en volgde hem. De vermoeidheid sloeg in mn benen. Vijf dagen zonder slaap is ook niet niks, dat moet men niet onderschatten. Denver liep de Reguliersdwarsstraat in en stapte daar een café binnen. Van buitenaf zag ik dat hij een biertje voor zich op de bar zette. Hij zat alleen en praatte met de bepette barman. Snel ging ik even terug naar de garage.
Er was maar één verdieping en er stonden slechts drie autos, waarvan één BMW. Tot dusver ging het gesmeerd. Het nummerbord klopte. Ik legde een horloge onder de achterband. Als ik m uit het oog verloor, zou ik tenminste weten hoe laat hij zou zijn vertrokken. Bovendien was ik mn fotocamera vergeten.
Net op het moment dat ik weer terug op mn post voor het café stond, liep Denver la Prada naar buiten met aan zijn zijde een zwaar besnorde man. Ik schoot wat fotos. Ze liepen lachend wat verder de Reguliersdwarsstraat in, naar weer een ander café. Daar gebeurde niets noemenswaardig totdat ze weer gezamelijk het café kwamen uitzetten. Ze liepen terug naar de parkeergarage. Ik ging in mn Honda Civic zitten en wachtte tot de BMW naar buiten zou rijden. Maar dat duurde verdomde lang.

Ik schrok wakker van een parkeerwachter die op mn raam tikte. Of ik het normaal vond zon anderhalf uur op dezelfde duurbetaalde parkeerplek te staan. Alsof het normaal is dat ik anderhalf uur in de gaten wordt gehouden! Ik liet m mijn vergunning zien. Het was een maanloze nacht. Zodra de man weg was, stapte ik uit.
Uiteraard was de BMW gevlogen. Mn horloge lag er zelfs niet meer. Die kutjunks komen nu ook al in geprivatiseerde parkeergarages om alles te jatten wat los en vast zit, maar vooral wat los zit. Het enige wat er lag was een door snot aan de vloer geplakte tissue. Om onduidelijke redenen bleef ik nog een kwartiertje staan.

De hele week gebeurde er niks bijzonders. Steeds hetzelfde patroon. s Middags at La Prada altijd ergens op het Rembrandtplein met zijn collegas. Na vijven dook hij altijd alleen het café in waar hij meestal wel iemand tegenkwam met wie hij de rest van de avond doorbracht. Soms aten ze dan wat in Tempo Doeloe ofzo, soms gewoon bij de Febo. En daarna gaf hij zn vrienden meestal wel een lift. Naar het station of naar een ander café. Maar rond een uur of negen soms tien ging hij altijd braaf naar het vrouwtje toe. Zeven dagen ging dat al zo door. De horloges waren niet meer nodig geweest, ik had m altijd in het oog kunnen houden en rustig fotos kunnen maken.

En ineens stond ze daar weer in mn deuropening. In verdomme precies hetzelfde pakje en precies dezelfde houding. Met dit verschil dat het nu godverdegodgloeinde 9.30 uur in de ochtend was en ik nog wakker moest worden. Ik spoelde mn grafsmaak weg met een slok whiskey en liet haar binnen. Dit keer gaf ze wel gehoor aan mn verzoek, zij het met de aarzeling van een verwende prinses die noodgedwongen het riool door moet over een tapijt van stront, pis en al dan niet levende ratten. Maar zelfs (of misschien juist) in mijn schijthok was ze oogverblindend. Het cliché van het lekkere wijf. Met alles op de juiste plek en in iets te grote proporties. Het hoofd kenmerkte zich door een lichte onbehouwenheid, maar dat maakte haar wellicht nog aantrekkelijker. Ik zie mn vrouwen graag met een wat grove kaaklijn. Mn ochtenderectie werd er niet minder om. Het enige wat echt uit de toon viel, was het horloge dat ze om haar pols had. Mijn verdwenen kermishorloge.
- "Nou, kom maar op met die bewijzen", zei ze.
Ach ja, das waar ook. Je zou toch bijna vergeten waarvoor ze hier was.
- "Het spijt me, ik moet u helaas teleurstellen... of, teleurstellen, eigenlijk kan ik beter zeggen dat u opgelucht moet zijn... ik heb namelijk niks gevonden wat ook maar zweemt naar iets als ontrouw."
- "Dus u wilt beweren dat er nooit iets gebeurt als ik s avonds uren op mn man moet wachten."
- "Nou, niks om u ongerust over te maken... hier, ik zal u wat fotos laten zien."
Ik pakte de bruine envelop uit mn binnenzak en spreidde de fotos over mijn bureau.
- "Ziet u?" Ze keek en mompelde.
- "John... Mitch... Miles... Godvr... Bijou... Sven... Bas... en nog een keer John."
- "Kijk eens aan, u kent de vrienden van uw man al... Nou, ziet u wel, nergens om u druk over te maken. Gewoon gezellig, mannen onder mekaar."
- "Nergens om me druk over te maken?! Heb je het nu werkelijk niet door?"
- "Wat?"
- "Mijn man is een nicht, meneer de detective."
- "Nicht?"
- "Nicht ja, iemand die de Griekse beginselen is toegedaan. Beter bekend als flikker, bruinwerker, rugtoerist, sodomiet, kontenbonker, poepstamper of homoseksueel. En van het hardleerse soort, zoals u kunt zien."
Ik bekeek de fotos. Vandaar dus al die snorren, die lederen petjes, die strakke broeken, en die slappe handjes in elkanders kontzak. Ik vond het al zulke bijzondere vriendschappen. Was soms oprecht ontroerd, dat zoiets nog kon deze dagen.
"Ik... dat spijt me vreselijk mevrouw Dubois... een vrouw als u."
"Geen spijt... het is uw schuld niet... en noem me maar Marlène. Bovendien, u heeft nog wat van me tegoed. U heeft gedaan wat ik u vroeg."
Waarna ze in een zeer soepele beweging uit haar mantelpakje schoof. Smaakvolle lingerie. Ik zag alleen overal hulpstukjes en kussentjes van haar afvallen. Terwijl ik enigszins uit mn lood het gebeuren gadesloeg, trok ze haar slipje uit. Kut, kut en nog eens kut: ze had een lul. En, o Here bescherm mij, niet zon kleintje ook. Met twee briefjes van duizend in de hand kwam ze op me afgelopen, terwijl ze haar lid vervaarlijk liet meeswingen met haar pas: "Beloofd is beloofd", zei ze.

Ik zal u de details besparen. Al langer dan een maand heb ik moeite met zitten en twee dagen na deze onfortuinlijke gebeurtenis, trof ik mn verloren gewaande horloge in mijn ontlasting. Dat is alles wat ik erover kwijt wil. Waardeloze detective die ik ben...

Hmmm, boeiend. Zeer boeiend.