Make your own free website on Tripod.com
LINKS
ARCHIVE
« June 2005 »
S M T W T F S
1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30
You are not logged in. Log in
Thursday, 30 June 2005



In de serie foto's van snackbarfoto's, deze week: de kipsate van Ma Baker, een snackbar die gesitueerd is op de plek waar de Rozengracht en de Marnixstraat elkander kruisen. De naam van de snackbar doet u wellicht onbewust met de heupen wiegen. Niet zo gek wanneer men bedenkt dat een der grootste hits die de immer swingende negert Boney M. ooit op de wereld heeft losgelaten precies eender heette. Dat nummer was dan weer gebaseerd op het leven van de legendarische gelijknamige gangster, the meanest cat from all Chicago town, moeder van vier zonen met wie zij dood en verderf door gans Amerika zaaide.

Dat er een snackbar naar een notoir gangster is genoemd, mag dan weer geen verrassing heten wanneer men in acht neemt dat de Egyptische eigenaar een boef van het gevaarlijkste kaliber is, een conclusie die ik tot mijn spijt moest maken toen ik op een dag een extra bakje knoflooksaus en een extra bakje rode uiensaus vroeg om mijn broodje shoarma in te verdrinken opdat ik de volgende dag nog harder dan gewoonlijk uit mijn kanis zou stinken en nog knallerende scheten zou laten. Het is met mijn goddelijke verschijning anders onmogelijk om de mensen op acceptabele afstand te houden. Tot mijn ontzetting vroeg de man een complete euro boven op het reeds veel te hoge bedrag van 5 (vijf!) euro die het broodje zonder extra saus kostte. En dat terwijl ik daar in die tijd (we spreken hier over het jaar 2002) bijna elke nacht kwam om, na veel te veel liters bier, mijn honger te stillen met vettigheid van velerlei alooi.

Onder het uiten van gemompelde doch duidelijk hoorbare vervloekingen betaalde ik de gevraagde euro. Ik bedankte noch groette de man en zwoer bij het naar buiten gaan deze zaak nooit meer te betreden, zelfs niet wanneer ik half doodbloedend langs zou kruipen nadat ik op zinloos gewelddadige wijze in elkander getrapt was en het toilet van Ma Baker de enige veilige plek in de wijde omtrek was waar ik terecht kon om mijn wonden met wc-papiertjes te deppen.

Een week later, nadat het bier weer veel te makkelijk naar binnen was gegleden, stond tijdens de fietstocht naar huis de wind de verkeerde kant op en kon ik de geur van borrelend frituurvet toch weer niet weerstaan.

Posted by molovich at 5:31 PM MEST
Updated: Thursday, 30 June 2005 7:30 PM MEST
Post Comment | View Comments (6) | Permalink
Thursday, 23 June 2005
Al gezien


Het Alhambra, gefotografeerd vanaf het terras alwaar een licht benevelde Max J. Molovich het even later aan de stok zou krijgen met de bediening.

Nietsvermoedend zaten mijn lief en ik op zaterdag 4 juni, rond de klok van drieen, in de brandende zon ons vijfde biertje te nuttigen aan de voet van de Alhambra te Granada, toen zich langzaam doch gestaag een deja? vu in mijn geheugen nestelde: ik was hier eerder geweest. Maar wanneer en waarom, dat kon ik mij niet herinneren. Het geheugen is een eigenaardig ding. Een koekjestrommel die op een iets te hoge kast staat en als je dan op een stoel gaat staan om er bij te kunnen, blijkt de kast weer iets gegroeid. Nu ben ik nogal bekend met dergelijke pesterijen van het geheugen en weet ik hoe ze je tot waanzin kunnen drijven, dus probeerde ik mijn deja vu te negeren. Maar, en dat zul je altijd zien, de deja vu bleef even hardnekkig in mijn hoofd rond zoemen als een wesp rond de tuit van een flesje cola. Gelukkig is koning alcohol een machtig heerser en na vijftien bier en anderhalve fles wijn, was ik rond de klok van tienen vooral bezig om, middels een boekje waarvan de letters de flamenco aan het dansen waren, uit te zoeken hoe men in het Spaans zegt dat een drankrekening van 145 euro naar oplichterij riekt.

Ondanks twee blauwe ogen, vijf tanden door de lip en een schouder uit de kom, sliep ik die nacht bijzonder goed op de strobrits die men speciaal voor mij in de cel van het politiebureau had geplaatst. Vriendelijke mensen, die Spanjaarden. De agenten waren op mijn aandringen zo aardig geweest mijn lief naar onze slaapplaats te vergezellen. Gelukkig had ik haar weten gerust te stellen. Nu verkeerde ik in het volste vertrouwen dat ook zij weldra in een diepe, alles verzachtende slaap zou verkeren.

Toen ik wakker werd in mijn droom zat koningin Isabella van Castillie krulletjes te draaien in mijn schaamhaar dat tot mijn knieen reikte, zoals de mode in die dagen voorschreef. Het was in de ochtend van 1 januari 1492, wij hadden het nieuwe jaar op ingetogen, doch gezellig wijze ingeluid. "Wil je dat doen voor me?", zei ze, terwijl ze me op haar liefst aankeek.
"Wat doen?", vroeg ik. Kennelijk was ik in slaap gevallen tijdens een van haar ellenlange preken over die etter van een Columbus en dat het zo'n schatje was.
"Nou, wat ik je net vroeg", zei ze. "Oh, dat", zei ik die bekend was met haar opvliegende reputatie en met haar gewoonte om mensen die niet naar haar luisterden de oren af te snijden. "Natuurlijk doe ik dat."
"Goed&", zei ze, "da's dan geregeld. Morgen snij jij dat mislukte resusaapje van een Boabdil de strot door en ben ik koningin van heel Spanje. En dan zullen die klotenmoren geweten hebben met welke tieten ze probeerden te spelen." Ze zwaaide met haar vuisten en ik slikte een brokje paniek weg.
Boabdil, voluit Abu 'abd Allah Mohammed XII, maar zijn vrienden noemden hem El Chico vanwege zijn geringe gestalte, was een van die mensen die ik tot mijn dierbaren rekende. Isabella rekende ik daar overigens ook toe, grofweg zo'n 855 mensen rekende ik tot mijn dierbaren, ik had een groot hart in die dagen, maar toch, ook al kan je met 855 dierbaren best een dierbare missen, leuk is het niet om er een de strot door te moeten snijden.

Desalniettemin stond ik diezelfde avond, met een zwaard tussen mijn riem en in mijn handen een kruisboog met een lang touw en een anker, aan de voet van de Alhambra. Ik prevelde een schietgebedje richting onze Lieve Heer en schoot het touw en anker met een gericht schot naar boven. Het touw wikkelde zich af, het anker vloog in een boogje over de muur en bleef, zoals ik gehoopt en eigenlijk ook wel verwacht had, haken achter een van de kantelen. Ik prevelde nog een schietgebedje, sloeg een kruisje en begon aan de lange klim. Halverwege besloot ik even uit te rusten en een pijpje op te steken. Ik bond het touw om mijn middel, stopte mijn pijp en stak 'm in brand. Daar bungelde ik dertig meter boven de grond. Alleen de halfvolle maan bescheen Granada, dat er vreedzaam bij lag. Het was een aangenaam milde winteravond. Rook kringelde uit duizenden huisjes, baande zich een weg naar boven en loste op in de duisternis. Net zoals de rook van mijn pijp.

Boven aangekomen, moest ik eerst vijftien wachters overmeesteren alvorens ik vrij baan had naar de Nasrid-vertrekken, alwaar ik El Chico aantrof die aan een waterpijp zat te lurken en net begonnen was met het kammen van zijn schaamhaar. Dankzij El Chico's geringe gestalte hing zijn schaamhaar tot op zijn enkels, tot grote jaloezie van menig Spaans edelman in die dagen.
"Ha die Max, salaam aleikum broeder", zei Boabdil terwijl hij met lange stroken door zijn schaamhaar ging, "ik had je helemaal niet binnen horen komen."
"Salaam aleikum, broeder", zei ik en ik realiseerde me dat ik me die hele klim had kunnen besparen door gewoon via de voordeur naar binnen te komen. Maar goed, het was nu zaak om vooruit te kijken en niet langer om de hete brei heen te draaien: "Eigenlijk weet ik niet zo goed hoe ik dit moet zeggen, Bo, maar, ik heb van Isabel, jou wel bekend, de opdracht gekregen je dus de strot af te snijden."
"Wel wel", zei de kleine Moor en hij staakte het kammen, "dat is niet zo fraai. Nee, meneer, dat is helemaal niet fraai. En ik rekende jou nog wel tot mijn dierbaren, beste Max, ik beschouwde je als mijn broer."
"En jij was ook een broer voor mij, maar toch kom ik je de strot doorsnijden."
"Wel wel, als het zo zit", zei Boabdil en hij stak de waterpijp weer in zijn mond, "dan zit het zo en heb ik dat maar te aanvaarden. Wil je misschien een kopje thee?"

Onder het genot van een kopje muntthee bedachten Boabdil en ik een list zodat ik 'm niet de strot hoefde door te snijden. Hij realiseerde zich dat zijn dagen als heerser van Granada geteld waren, het was mooi geweest, het was tijd om het veld te ruimen. Boabdil riep een van zijn bedienden, een bediende die ongeveer even klein was als hij en heel toevallig ook eendere gelaatstrekken had. Samen sneden we hem de strot door (ik hield 'm vast, Boabdil sneed). Vervolgens maakte Boabdil aanstalten om zijn eigen schaamhaar af te snijden, maar ik pakte het zwaard af en sneed bij mezelf het schaamhaar af en plakte dat met een beetje berkenhars op de schaamstreek van de dode bediende. Ontroerd door mijn genereuze gebaar, ontdeed een betraande Boabdil zich van zijn kleren en trok die van de dode bediende aan. We dronken zwijgend het laatste restje muntthee op, liepen naar de voordeur, drukten elkaar de hand en wensten elkander vrede toe.

De kleine moslimheerser slingerde zijn schaamhaar over zijn schouder en begon de heuvel af te lopen. Weldra zou heel Spanje van Ferdinand en Isabella zijn en zouden er gouden tijden aanbreken. Nieuwe werelddelen zouden ontdekt worden, andersdenkenden vervolgd en landen veroverd. Maar daar had ik nog geen weet van. Ik was een dierbare kwijt en besefte voor het eerst dat eigenlijk al mijn dierbaren vreemden voor me waren. Ik draaide mij om en begon te lopen, in de richting van de Sierra Nevada. En ik liep door en ik liep door en ik liep door. Zonder te weten of ik ooit nog terug zou keren.

Posted by molovich at 2:13 PM MEST
Updated: Thursday, 23 June 2005 2:31 PM MEST
Post Comment | View Comments (2) | Permalink
Thursday, 16 June 2005
De Treinreis


Samen met zijn vrouwelijke handlanger controleert de Tsjetsjeense rebellenleider
nog eenmaal of de bom in de koffer op de juiste tijd zal afgaan.


Omdat vliegtuigen soms de neiging hebben neer te storten, besloten wij om vanuit Sevilla naar Nederland terug te gaan met de trein. De mens hoort niet te vliegen, hij hoort met de grond in contact te staan. Over tienduizend jaar, als de mensheid grotendeels is weggevaagd en onze huidige beschaving alleen nog maar bestaat in verhalen die alleen nog maar door kinderen worden geloofd, zal de dag dat de mens ging vliegen bekend staan als het begin van de ondergang. Wij reisden van Sevilla naar Madrid, van Madrid naar Parijs, van Parijs naar Lille, van Lille naar Antwerpen Berghem, van Antwerpen Berghem naar Amsterdam.

Als u enige kennis van de Europese topografie heeft, dan begrijpt u dat met name de reis van Madrid naar Parijs een tijdje duurde, dertien uur en negentien minuten om precies te zijn. Wij stapten in om half zeven des avonds. In wagon nummer 84, de laatste wagon voor de locomotief. Wij moesten de hele honderdvijftig meter lange trein langslopen met onze zware tassen op de rug, opdat het ons niet zou ontgaan dat wij, die niet hadden gekozen voor een slaapcoup?, de losers van de trein waren.

Bang als wij waren om de trein te missen, betraden wij als eerste de wagon. Dat onze wagon bestemd was voor de losers van de trein, werd al snel ge?llustreerd door onze medereizigers. Vrijwel direct na ons kwam een Spaanse vrouw die kennelijk nooit geleerd had te tellen, want ik moest haar wijzen waar stoel nummer 20 stond, terwijl dat overduidelijk stond aangegeven boven de stoelen, in een logische volgorde (gewoon oplopend, zoals dat wel vaker het geval is met cijfers). De man vlak achter haar droeg, ondanks een temperatuur van boven de dertig graden, een bontmuts die hij de hele reis niet zou afdoen. Hij had stoel nummer zeventien en ook hij bleek nooit geleerd te hebben te tellen, want ook hij vroeg mij, door te grommen en met een vragende blik te wijzen op zijn ticket, waar hij zijn stoel kon vinden. Hij droeg een grijs pak, dat lichtjes glom.

Nadat hij zijn spullen boven de door mij aangewezen plek had gelegd, pakte de man met de bontmuts zijn bidketting, keerde zich naar het oosten en begon uitgebreid, zij het met gedempte stem, tot Allah te bidden. “Zou dat een terrorist zijn”, vroeg mijn lief mij. En ik deelde haar vrees. We bevonden ons immers in Madrid, precies 455 en een halve dag na de aanslagen van 11 maart 2004 en iedereen kan uitrekenen dat vierhonderdvijfenvijftig en een half maal twee precies 911 bedraagt. En het was ook nog eens precies 219 dagen na de moord op Theo van Gogh en twee maal ??n plus negen is elf en het getal elf staat, doordat het buiten de Tien Geboden valt, symbool voor Westerse zedenloosheid, voor het gebrek aan weerstand aan wereldse verleidingen en voor grootheidswaanzin. Zonden kortom die door God stuk voor stuk bestraft worden met een kleine eeuwigheid branden in de hel en door terroristen met een goed geplaatste bom. Daar kwam bij dat ik de man met de bontmuts dacht te herkennen als oud-leider van een Tsjetsjeense rebellengroep die met de gijzeling in Beslan in verband was gebracht. Alles wees er kortom op dat ons bestaan die avond aan een voortijdig en gewelddadig einde zou komen.

Vlak voordat de trein richting Parijs vertrok, kwam er met veel bombarie een horde kleurrijk geklede Afrikanen de trein inzetten. Ze kwamen een man, vrouw en kind uitzwaaien. De man zou tot voorbij Valladolid zijn koffer op schoot houden. Het kind had een uitpuilende navel, zou de gehele reis niet uit de armen van haar moeder komen en zou tot even na middernacht voortdurend een klagerig gezang uitstoten dat, op een sporadisch gezongen ‘mama’ na, niet uit woorden bestond (hoewel je dat waarschijnlijk niet kan zeggen wanneer je, zoals ondergetekende, niet elk dialect van het Swahili machtig bent). Echt luid zong het meisje niet, maar het was zeurderig en onafgebroken en na twee?neenhalf uur begon het behoorlijk op de zenuwen te werken. En onze zenuwen waren toch al een beetje overstuur, want dat krijg je van al dat reizen en van al die onbekende eetgewoonten – zo eten veel Spanjaarden en dan vooral bejaarde vrouwen met dikke benen en spataderen en twaalf lagen make-up bij wijze van ontbijt een geroosterd half stokbroodje (bocadillo geheten), waarover ze een kwart liter olijfolie schenken, waarna ze in het broodje knijpen zodat ze er zeker van zijn dat elke broodvezel in de olie zwemt en dan snijden ze het in stukken en smikkelen het zompige broodje op alsof ze in geen jaren een behoorlijk maaltijd voor zich hebben gehad. Overigens heb ik deze eetgewoonte niet overgenomen, maar alleen al het bestuderen deed mijn maagdarmstelsel vervaarlijk grommen.

Hoewel de constante zeurtoon van het negerkindje mij danig van slag bracht, durfde ik het kind en haar ouders – die geen enkele poging ondernamen hun kind tot rust te manen – niet te vervloeken. Je weet immers nooit met die Afrikanen, voor je het weet ben je behekst. Aan zo’n uitpuilende navel zullen ze wel weer een of andere belangrijke kracht toeschrijven en dat constante gezang zal er wel weer op duiden dat er een of andere oude ziel in haar lichaam huist die ooit aan een groot medicijnman danwel zingende magi?r toebehoorde die een bedreiging vormde voor het katholieke geloof en daarom door negentiende eeuwse zendelingen in het openbaar levend is gelyncht en op de brandstapel is gegooid en die nu dus alle rust en eerbied verdient die het toekomt.

Vrijwel onmiddellijk toen de trein zich in beweging zette, deed de Tsjetsjeense rebellenleider met de bontmuts zijn schoenen uit om uitgebreid zijn tenen te gaan inspecteren, vermoedelijk op schimmels. Mijn lief en ik probeerden onze stoelen uit die zoemend naar voren en naar achteren bewogen en waarvan de beensteunen zoemend naar boven en beneden konden, zodat je de stoel tot een comfortabele ligfauteuil kon omvormen. De Tsjetsjeense rebellenleider met de bontmuts keek sto?cijns en met een lichte afkeur naar de kinderlijke vreugde waarmee wij onze stoel bewogen. Het landschap veranderde geleidelijk van dorre gebergten vol met olijfbomen en rotsen en afgronden in groenere gebergten en afgronden en soms uitgestrekte vlaktes vol met graan of wat dan ook. En de zon ging langzaam onder aan het raam waaraan wij zaten en dat dus niet op Mekka uitkeek.

In Valladolid stapte er een jonge moslimvrouw binnen met een hoofddoekje op en een zware koffer en een volgepropte plastic Lidl-tas en een zonneklep om haar arm. Ze ging in de stoel voor de Tsjetsjeense rebellenleider zitten en zette de koffer tussen hun twee?n in. Na een minuut of tien, toen ik opkeek van mijn boek (‘De Bekende Wereld’ van de heer Edward P. Jones, over zwarte slavenhouders) bleken de twee met elkaar in gesprek zijn geraakt. De man die mij met wat gegrom had gevraagd waar hij moest zitten, zat nu honderduit te praten in wat vermoedelijk Arabisch was. En ze moesten lachen. En toen vertelde de Tsjetsjeense rebellenleider aan de jonge moslimvrouw met een lichte trots dat je de stoelen kon verstellen en hij gebaarde dat je de stoel naar achteren kon doen en de voetsteun naar boven en beneden en hij wees de knopjes aan, maar de twee kwamen er niet uit hoe je de voetsteun omhoog deed, waarna de vrouw die niet kon tellen er aan te pas moest komen en van knopjes bleek zij meer kaas te hebben gegeten dan van cijfers.

Toen de voetsteun op een behaaglijke hoogte was gebracht, gaf de jonge moslimvrouw de Tsjetsjeense rebellenleider haar walkman en hij zette de koptelefoon boven op zijn bontmuts en luisterde naar wat er te horen was. Na een kwartiertje gaf hij de walkman terug. Vervolgens draaide hij zich weer naar het oosten om voor de tweede keer in drie uur uitgebreid tot Allah te bidden, zij het dit keer met iets luidere stem als om aan de moslimvrouw te laten zien: kijk toch hoe vroom ik ben. Religieus machismo noemt men dat wel eens. Na het bidden deed de Tsjetsjeense rebellenleider zijn stoel naar achter en legde hij ongevraagd zijn beide, in vieze sokken gestoken voeten op de koffer van de moslimvrouw.

Op een gegeven moment, het was net na middernacht, baadde onze wagon ineens in een weldadige rust, alsof het uit het niets kwam. Het was pikdonker buiten, de lichten waren gedempt, de meeste reizigers sliepen. De meer ervaren reizigers lagen behaaglijk met een dekentje en een opblaasbaar kussentje en zo’n stoffen verduisteringsbrilletje. De Tsjetsjeense rebellenleider lag opgekruld, met zijn benen naar zijn borst getrokken en met zijn hoofd en bontmuts op zijn rode weekendtas die als kussen diende. De jonge moslimvrouw had haar zonneklep opgezet om minder door het licht gehinderd te worden tijdens het slapen. Mijn boek was uit en het Afrikaanse meisje met de ziel van de medicijnman was opgehouden met haar zeurderig gezang en zou stil blijven totdat wij in Parijs waren. En ik was niet meer bang dat onze trein opgeblazen zou worden. De Tsjetsjeense rebellenleider kwam mij nu, terwijl hij zo vredig sliep, meer voor als een eenvoudige, godvrezende man, uit Kazachstan of zo, die zijn succesvolle zoon en kleinkinderen in Parijs ging opzoeken en droomde dat zijn zoon zijn kinderen de zeden en gewoonten en normen en waarden had meegegeven die hij hem vroeger had meegegeven.

Maar diep van binnen wist hij dat het niet zo was en diep van binnen had hij daar ook vrede mee. Want dankzij reizen in de trein, met al z’n reizigers en z’n landschappen die geleidelijk in elkaar overgaan, begrijpt men de wereld nu eenmaal beter, al is het maar een beetje.

Posted by molovich at 3:47 PM MEST
Updated: Thursday, 16 June 2005 3:51 PM MEST
Post Comment | View Comments (9) | Permalink
Tuesday, 31 May 2005
Wat Max J. Molovich Nou Toch Weer Zag...



Een boeddhistische monnik die, met zijn rug naar de Kentucky Fried Chicken (KFC), de Damrak filmt (met een Canon of Fuji, dat kon ik niet duidelijk zien), waarschijnlijk omdat de lantarenpalen die men daar ooit ter verlichting heeft neergezet, hem in een transcendentale toestand brachten en een glimp van het Nirwana beloofden.

Zo, daar moet u het de komende twee weken mee doen, want deze jongen zit binnen een goed te overzien aantal uren met zijn welgevormde reet op een of ander pittoresk terrasje te Cordoba, in de nabijheid van een fontein die middels minuscule, door een zacht briesje gedragen waterdruppeltjes mijn verhitte voorhoofd weet te verfrissen.

Het ga u in de tussentijd goed tot zeer goed!

Posted by molovich at 12:10 PM MEST
Updated: Tuesday, 31 May 2005 12:19 PM MEST
Post Comment | View Comments (3) | Permalink
Wednesday, 25 May 2005
De gerant van de Gauchos
"Wij zouden graag met z’n tweeen wat eten", zei ik tegen het meisje in de bomvolle Gauchos. Achter haar kwam wild gebarend de gerant aanstormen. "Twee personen?", kirde hij met half overslaande stem. Hij vloog voor ons langs en liep in parmantige snelwandelpas naar de tafel die hij in gedachten had. "Ga hier maar zitten." Hij drukte ons twee menukaarten in de hand en snelwandelde weer verder. "Everything alright?" De Engelse toerist tegen wie de gerant deze woorden schreeuwde, verslikte zich van schrik in een zilveruitje. En terwijl de Engelsman hoestend voor zijn leven aan het vechten was, stond de gerant alweer tegen de kok te schreeuwen waar, in godsnaam, de maiskolven voor tafel drie bleven.

"Mogen we bestellen?" vroeg mijn lief. De gerant dacht even na, trok zijn wenkbrauwen minachtend op, bracht nog even iets naar een andere tafel, kwam toen terug en zeeg naast mijn lief neer met een oogopslag alsof hij wilde zeggen: vooruit dan maar, maar snel een beetje, want ik heb nog meer te doen.
"Klopt het", vroeg ik, "dat deze gerechten inclusief salade en bijgerecht zijn en dat je bij deze gerechten (hierbij sloeg ik de pagina van de menukaart om) de salade en het bijgerecht zelf moet kiezen?"
De gerant zuchtte demonstratief. "Bij alle gerechten moet je zelf de bijgerechten kiezen, namelijk franse frietjes, handgesneden frietjes of gepofte aardappel, maar ik neem aan dat je bedoelt of je bij de ene extra moet betalen voor de bijgerechten en dat het bij de andere gratis is, wel het antwoord daarop luidt ja natuurlijk, maar dat maakt toch niet uit, want jij betaalt, toch?" En hij gaf mij een knipoog. Wij bestelden beiden de ossenhaas, met gratis salade en frietjes. De gerant schonk ons de wijn in die we hadden besteld. "Hou jij de glazen nat?" vroeg hij aan mij en stoof weg zonder mijn antwoord af te wachten. "KONT IN", schreeuwde hij naar een ober die iets te voorovergebogen een bestelling aan het opnemen was. "You need to polish your head", zei hij tegen een kale neger die een tafeltje verder spare-ribs aan het eten was met drie vrienden. "Wait a minute." De gerant kwam terug met een theedoek die hij aan beide uiteinden vast hield en waarmee hij, zoals sommigen een bowlingbal oppoetsen, het kale hoofd van de neger bewerkte. Hard lachend om zichzelf liet hij de neger in verbijstering achter.

"Smaakt het?" vroeg hij aan ons nadat hij de kok voor de zoveelste keer had uitgescholden, dit keer vanwege een klacht over een koude tortilla. "Het is heerlijk", zei mijn lief naar waarheid. "MOOI ZO", schreeuwde de gerant, "DAT IS DE BEDOELING!!" En hij vloog weer verder.

Posted by molovich at 1:54 PM MEST
Updated: Wednesday, 25 May 2005 1:59 PM MEST
Post Comment | View Comments (7) | Permalink
Wednesday, 18 May 2005
Een fluim te ver

Een klein etmaal na de klappen, doen de wonden nog wel pijn,
maar kan Max J. Molovich al voorzichtig lachen.


Als u mij op de dag dat ik voor het eerst openlijk durfde te roggelen, zou hebben gezegd dat ik ooit in elkaar geramd zou worden vanwege mijn gewoonte op straat te spugen, had ik nooit kunnen denken dat het zo zou zijn.

In de streng gereformeerde streek waar ik ben opgegroeid en waar openlijk spugen door vrijwel iedereen werd veroordeeld en bestreden, had ik een klap voor m’n bek kunnen verwachten. Jarenlang heb ik in bekrompen en minder bekrompen plaatsen het lot getart door in alle openheid mijn manier van te propageren. Als overtollig speeksel zich in mijn mond ophoopt, verlos ik mij hiervan met een mooie straal. Als mijn keel met slijm zit dichtgeslibd en ik voel de behoefte om een luidruchtig rochelgeluid door de straten te laten ronken, dan doe ik dat ook. En als mijn neus vol zit, schroom ik mij er bij gebrek aan zoekdoek zelfs niet voor deze op ferme wijze leeg te snuiten.
Maar nu heb ik het lot kennelijk een keertje te veel getart op wellicht de ‘spuugvriendelijkste’ plaats op deze planeet: het Leidseplein. Waar sinds de jaren ’60 vermoedelijk “meer fluimen in de straatstenen zijn getrokken dan regendruppels”, aldus Remco Campert, als ik het goed heb.

Afgelopen dinsdag, het was een uurtje of vijf, zes in de namiddag. Amsterdam baadde in een rustiek lentezonnetje. Het was wat fris voor de tijd van het jaar, maar aangenaam. Hoewel het druk op straat was, heerste er een gemoedelijke kalmte. Ik kwam net de Kerkstraat uitlopen, voelde dat zich een hoop slijm had opgehoopt in de holte die mijn neus met mijn keel verbindt en maakte op luidruchtige wijze aanstalten om een flinke fluim de vrijheid te schenken.
Net op het moment dat ik de fluim mijn mond verliet, passeerde ik twee zoenende mannen die, opgeschrokken door mijn keelgeluiden, hun bezigheden hadden gestaakt en de mijne aan het volgen waren. Samen met hen zag ik hoe mijn krachtig gespogen fluim de tuinbroek schampte van een potige vrouw die met een andere vrouw aan het zoenen was. “Die baardaap spoog”, krijste een van de twee mannen die mijn fluim gevolgd hadden. En de ander vulde hem aan met overslaande stem: “Smerige homohater.”
“He”, zei ik, “ik spuug waar ik wil. En trouwens…” Maar nog voordat ik mijn haat jegens de darmtoerist kon weerspreken, begonnen hij en zijn vriend met hun handtasjes op mij in te slaan.
Binnen luttele seconden waren de twee uitgegroeid tot een groep van zeven man. Op zich deden de klappen niet zo’n pijn – het was meer aaien dan slaan wat ze deden – maar toen ook een aantal vrouwen en de wat ruigere leernichten zich met de zaak gingen bemoeien, had ik al snel het gevoel dat de complete Amsterdamse homoscene op me in stond te rammen. Naar welke kant ik mij ook keerde, ik kreeg een beuk in m’n gezicht. “Deze is voor Craig”, hoorde ik iemand schreeuwen, waarna een vuist pogingen deed zich in m’n aars te boren. En toen ze me eindelijk tegen de vlakte hadden geschopt, leek de tijd te stoppen. Mijn hart bonkt weer uit m’n borstkas nu ik dit schrijf. Ik voelde me volkomen machteloos.
Net zo snel als het begonnen was, hield het op. Een cameraploeg van RTL Nieuws was gearriveerd. Terwijl ik in een hoekje lag te creperen, zag ik hoe mijn aanvallers opzichtig voor de camera aan het zoenen waren. Ik was behoorlijk gehavend en lag te baden in mijn eigen bloed, maar ik had geluk: ik had geen permanente schade opgelopen, hoewel mijn neus was gebroken – zij het gelukkig op een esthetisch verantwoorde manier, want volledig recht.

Meer nog dan de fysieke schade pijn deed, voelde de aanval op mijn persoon als een aanval op mijn manier van leven. In de ambulance, op weg naar het ziekenhuis, was ik mezelf geestelijk aan het murw beuken. Emotionele klappen die misschien nog harder aankwamen dan de klappen van mijn belagers. Had ik mijn spuug voor mezelf moeten houden, zeker nu het zo druk was op het Leidseplein? Had ik wat minder luid moeten rochelen? Had ik niet moeten reageren op de woorden die mij werden toegeschreeuwd?
Diezelfde avond nog, terwijl ik werd onderzocht door wijze doktoren, nam ik een besluit voor mezelf. Mijn manier van leven en de wijze waarop ik voor mijn rechten blijf opkomen, heeft consequenties. Echter, er niet voor blijven opkomen, heeft zeker consequenties. Ik zal in openlijk blijven rochelen, ondanks de weerzin die dat bij anderen oproept.
Natuurlijk weten we allemaal dat we de haat die sommige mensen tegen ons, openbare roggelaars, voelen niet met een paar eenvoudige wetjes zullen weg krijgen. Die haat zit diepgeworteld. En zo lang als ik leef zal ik de blikken van mijn belagers niet vergeten. Het was meer afschuw dan haat, alsof ik een minderwaardige levensvorm was.

De volgende dag liep ik weer over straat, met een donkere zonnebril op m’n kop om mijn ergste verwondingen te verbergen. En toen bleek dat het toch niet zo gemakkelijk is om voornemens onverschrokken na te komen. Ik merkte dat er achter in mijn keel een hoopje slijm zat dat er om smeekte los gerocheld te worden. Heel voorzichtig, geruisloos bijna, schraapte ik een paar keel mijn keel. Langzaam kwam het slijm los. Maar dit keer slikte ik het in.

Posted by molovich at 2:28 PM MEST
Updated: Wednesday, 18 May 2005 4:42 PM MEST
Post Comment | View Comments (6) | Permalink
Friday, 13 May 2005
Een dagje naar het strand


Daags na koninginnedag, het weder was toen om een of andere duistere reden schitterend voor de tijd van het jaar, ging ik met mijn lief, met grote vriend J. en diens levensgezelin een dagje naar het strand, en wel naar dat van IJmuiden. We waren daar gekomen met de nieuwe tweedehands Peugeot 306 van J., een schitterend staaltje technologie. Het was goed toeven op het strand van IJmuiden, afgezien van de man die u hier op de foto ziet dan, die het nodig vond om zijn zoontje te leren vliegeren. Nu mag dat over het algemeen geen probleem heten (wat is er immers mooier dan een liefdevolle vader die geduldig zijn zoon de nobele kunst van het vliegeren leert), het was alleen zo dat de vader het ook nodig vond om de vlieger ter hoogte van onze handdoeken het luchtruim te laten verkiezen. Met als gevolg dat de vlieger boven ons hing als een zwaard van Damocles dat elk moment op een onzer hoofden kon vallen. Het scheelde nogal eens niet meer dan het haartje van de spreekwoordelijk kale neger. En die ouderwetse vliegers hebben zo’n hardhouten raamwerk dat behoorlijk kan aankomen, zeker wanneer het met een rotvaart van om en nabij de 120 km/uur op je kruin nederdaalt. Het jongetje dat de vliegerkunst onder de knie probeerde te krijgen, had bovendien het motorische talent van een jonge albatros, dus u kunt wel uitrekenen dat wij menig doodsangst hebben uitgestaan, wanneer de vlieger weer eens een halve meter van onze handdoeken vandaan in het zand crashte. En voor de zoveelste keer vroegen wij ons af hoe het toch mogelijk was dat zoveel exemplaren van het menselijk ras gezegend zijn met het talent zich niks van zijn medemens aan te trekken.

Een paar handdoeken verderop zat een gezinnetje (man en vrouw midden dertig, zoontje een jaar of vijf) dat vermoedelijk ergens hier te Amsterdam een of ander penthouse op het KNSM-eiland bewoont, in een Audi A-zoveel met allerlei extra’s rijdt, nooit zelf kookt en hun kind als een statussymbool met Tommy Hilfigger-sokjes beschouwt. Vrouw werkt in modewereld, man doet stukje communicatie. Zoiets. U kent het wel. Het kind jankte om de haverklap en werd dan met niet mis te verstane middelen duidelijk gemaakt dat hij daarmee moest ophouden, waardoor het kind nog harder ging janken. Het was werkelijk van een niet te verdragen hartverscheurendheid. Toen de man, vlak voordat wij weggingen en hij zijn zoontje zo’n keer of veertig een klap voor z’n kop had gegeven, ons om een vuurtje vroeg, heb ik ‘m die maar gegeven. De volgende dag heb ik, geinspireerd door dit tranentrekkende tafereel, een verhaaltje geschreven, dat u bij de onovertroffen baron Bicat kunt lezen. En wel hier. Er is geen woord van gelogen.

Posted by molovich at 5:27 PM MEST
Updated: Friday, 29 July 2005 4:43 PM MEST
Post Comment | View Comments (2) | Permalink
Tuesday, 10 May 2005
Zestig jaar Suske en Wiske


Als ik binnenkom met de taart en de bloemen is alles nog pais en vree in het Vlaamse bejaardenhuis ‘Alles Pais en Vree’. Bij de ingang wipt een oud mannetje rustgevend op z’n stoel. Heen en weer. Daar kwijlt een besje haar schouder onder. En in de hoek staat een tandeloze grijsaard een praatje te maken met de sanseveria. In het midden van de gezellige huiskamer zitten de twee geliefde striphelden, als stralend middelpunt. De karakteristieke kuif van Suske is wat grijzer geworden, de strik van Wiske hangt er wat verlept bij, maar hun oogopslag is nog even sprankelend als zestig jaar geleden, toen zij beiden het levenslicht zagen.

“Wiske, meid”, zeg ik terwijl ik aanstalten maak haar op beide wangen een verjaardagszoen te geven, “van harte, je ziet er schitterend uit.” Wiske pakt me met haar linkerhand achter mijn nek, drukt mijn mond tegen de hare en draait me een passionele tong. Ze smaakt naar ongewassen sokken. Haar rode strikje tolt boven haar hoofd.
Na een paar eindeloos durende seconden laat de oermoeder van de girlpower mij los. Wankelend probeer ik op adem te komen. Ik houdt mij staande aan een eikenhouten tafel en zie sterretjes, gele sterretjes.
Schuldbewust zoek ik de ogen van Suske. Met gebalde vuisten is hij naast zijn versierde stoel gesprongen. Zijn hoofd kleurt paarser en paarser en paarser en als het niet paarser meer kan, knalt er stoom uit zijn oren en neusgaten.
Sorry Suske, wil ik zeggen, dat was geenszins de bedoeling. Maar voordat ik de kracht heb gevonden die woorden uit te spreken, heeft Suske de eerste de beste rollator boven zijn hoofd getild en gooit hij ‘m, na drie keer met het geval boven z’n hoofd geslingerd te hebben, mijn richting op. Met de moed der wanhoop probeer ik deze mobiele eenheid voor de minder valide medemens af te weren met het bosje bloemen dat ik voor Wiske had meegebracht. Maar het mag niet baten: de rollator knalt met een noodgang tegen m’n kop, waardoor ik met mijn neus in de taart beland. Ik probeer de 120 kaarsjes uit te blazen die ik er eigenhandig had ingedaan ter viering van tweemaal zestig jaar stripheldendom. Het enige wat ik zie en hoor zijn gele kanaries die piepend rond m’n kop vliegen. Dan realiseer ik me dat ik van die kaarsjes heb gekocht die je niet uit kan blazen – dat vinden stripfiguren leuk, zo had de feestwinkelbediende mij verzekerd. En terwijl de schroeilucht van brandende baardharen mijn neus binnendringt, zie ik achter de gele kanaries hoe Wiske om de hals van Suske vliegt en hem een zoen op de wang geeft. Suske bloost en vliegt gelukzalig met de snelheid van een raket richting plafond. De demente deuren kijken apathisch toe.

Posted by molovich at 3:09 PM MEST
Updated: Tuesday, 10 May 2005 4:22 PM MEST
Post Comment | View Comments (2) | Permalink
Wednesday, 4 May 2005
Koninginnedag 2005: een impressie
Koninginnedag, dat moet ook zo nu en dan gebeuren. Aangezien ik in het bezit ben van een mobieltje met camera, gisteren een usb-kabeltje heb aangeschaft en het ondanks een bijzonder onhulpvaardige Nokia-helpdesk (je hoort het dedain door de lijn sijpelen als je niet meteen weet op te rakelen welk type Windows je gebruikt), kan ik u zowel in woord als in beeld deelachtig maken van mijn belevenissen tijdens deze feestelijke dag. Houd u vast, want it’s gonna be a hell of a ride, zoals ze in sommige contreien van de Verenigde Staten van Amerika zouden zeggen.


Dit, lieve lezers, u zult het wellicht herkennen aan het beroemde Monument, is de Dam. U ziet daar een verslaggever staan (u kijkt ‘m op de rug). Volgens mij is het een zogenaamde Royalty Watcher. Niet die van RTL Boulevard. En ook niet die bolle van Weekend. En ook niet Maartje van Weegen. Het is een andere, een wat obscuurdere – hoewel hij zichzelf hoogstwaarschijnlijk als de enige echte beschouwt. Hij had een zonnebril op, vermoedelijk van het merk Prada. Het is, als mijn mensenkennis me niet in de steek laat, een van de arrogantste kwasten en zelfgenoegzaamste blaatapen die ze ooit uit de Neerlandsche klei hebben getrokken. Zelf zou ik er weinig moeite mee hebben als hij morgen stierf, zijn moeder denkt daar ongetwijfeld heel anders over. Hij stond daar in afwachting van het concert dat de gemeente Amsterdam schonk aan Beatrix ter ere van de 25 jaar dat zij ons dient. Het was de avond kortom voor Koninginnedag. Zelf heb ik dat concert geen blik waardig gegund, ik had wel wat beters te doen.


Wat ik allemaal gedaan heb, dat gaat u in feite geen ene reet aan, hoe welgevormd die reet van u ook moge zijn – wij maken hier geen onderscheid! Het had allemaal iets te maken met een bandje dat speelde en twee dichters die ieder twee gedichten voordroegen en toen besloten dat het aanwezige publiek niet bepaald om poezie zat te springen (zelf had ik nog wel graag gezien hoe de twee poeten door enige bezopen afgevaardigden van het zogenaamde ongeletterde plebs menig glas bier tegen de kanis zouden krijgen, maar de twee woordkunstenaars zelf dachten daar kennelijk volledig anders over). Verder bestond de avond uit muziek en zuipen en dansen en oudehoeren en zo voorts. Het eindigde in ieder geval die avond in shoarmatent De Halte alwaar ik bovenstaande foto van de reclamefoto’s heb genomen. Het was een uur of vier des nachts inmiddels. De Liefde van Mijn Leven lag al op een oor te rusten. Anders had ik deze foto ook nooit kunnen nemen. Ik had haar namelijk een tijdje terug laten beloven dat, hoe ik ook zou smeken, zij mij altijd (maar dan ook altijd) moest verbieden midden in de nacht een broodje shoarma naar binnen te werken, hoeveel zin ik er ook in zei te hebben. Op het moment zelf laat ik me zo’n broodje namelijk altijd wel smaken, maar de dag erna voel ik me meestal zo beroerd dat ik de neiging krijg een begrafenisondernemer te bellen om alvast een graf te bestellen. Maar nu was zij er niet en greep ik mijn kans. Het bewuste broodje shoarma heb ik bij me thuis op de buitentrap gegeten, omdat ik niet betrapt wilde worden.


De volgende dag voelde ik me, naar omstandigheden, bijzonder behoorlijk. Wij begonnen de dag met een pannenkoek, lieten die vrij snel door een portie sate volgen en hadden deze nog niet op of werkten reeds een Vietnamese Loempia naar binnen die van een servetje werd voorzien door een Chinese vrouw, wier zoontje u hierboven op de foto ziet staan. Ik vond het mannetje, dat nonchalant tegen het muurtje van het restaurant zijner ouders stond geleund, een natuurlijk coolness uitstralen die je doorgaans bij weinigen van zijn leeftijdgenootjes aantreft.


Nadat wij het een en ander genuttigd hadden en onze spijsverteringskanalen hun ding hadden gedaan, was het tijd om even naar huis te gaan alwaar wij (zonder gestoord te worden door allerhande dronken lieden die op je deur staan te bonken en zonder geconfronteerd te worden met de vuiligheid van onbekende voorgangers) in alle rust een bolus konden draaien. Op de televisie moesten wij toezien hoe onze Koningin met veel moeite enig enthousiasme veinsde bij het wereldrecord koekhappen dat in Scheveningen op 5.448 koeken werd gezet – als ik het mij goed herinner, ik ben niet zo goed in cijfers. Weer buitengekomen liepen wij Gerrit (zie foto boven) tegen het indrukwekkende lijf. Hij liep rond in een oranje jas, een felblauw wielrenbroekje en rond zijn hoofd zat een haarband. Hij kwam uit Nijmegen. Ik vroeg of hij die haarband hier op de vrijmarkt had gekocht (zelf had ik, dat is misschien wel leuk om te weten, voor twee euro een zonneklep gekocht waarop Very Cool stond, opdat daar geen misverstanden over konden ontstaan). Maar nee, die haarband had hij al heel lang.


De mensen die u op deze foto ziet, hebben net hun pose aangenomen voor zo’n Pakistaanse polaroidfotograaf. Ik dacht: laat ik van de gelegenheid gebruik maken.


Het was serieus feesten geblazen bij cafe Festina Lente, dat zich bevindt op de hoek 1e Looiersdwarsstraat en de Looiersgracht. Tegenover dit cafe (op de andere hoek van dezelfde twee straten) heeft zich onlangs een kapper gevestigd. De eigenaar annex hoofdkapper liet, zonder dat een schaamtegevoel hem in de weg zat, zijn heupen spreken. U ziet ‘m hier - getooid met de hoed van die cowboy van de Village People en de snor van die agent - zijn beste moves uitproberen. Vermoedelijk op de tonen van ‘Groove is in your heart’.


Helaas komt aan heel veel, zo niet alles, eens een eind. Voor de mensen op deze foto was het rond een uur of vijf in de middag reeds over en sluiten. Het is ook verdomd vermoeiend zo’n koninginnedag. Met name dat zuipen hakt erin. Bij mij ging het lichtje uit om en nabij de negen uur. Vanaf ons bankstel hebben mijn lief en ik nog een poging ondernomen ons boos te maken over de ‘film’ Batman & Robin (de grootste bagger sinds Helmut ‘Ik bagger dus ik besta’ Bronsgeest tijdens de Wereldkampioenschappen Baggeren van 1987 een plakkaat bagger ter grootte van zeventien voetbalvelden uit de Golf van Biskaje viste), maar het mocht niet baten. Ik zakte langzaam in een diepe, droomloze slaap.

Posted by molovich at 3:21 PM MEST
Updated: Wednesday, 4 May 2005 5:01 PM MEST
Post Comment | View Comments (6) | Permalink
Wednesday, 27 April 2005
Pollux zag: Monza en The Kills
De nieuwste loot aan mijn Boom der Helden is ergens in de veertig, meet naar schatting 1 meter 80, is zowel aan de mollige als aan de kalende kant, draagt een bril van het bakelieten soort en bereikt binnen het half uur de zweetproductie van een bejaarde otter die in de sauna in slaap is gevallen. Stijn Meuris is zijn naam, Monza is zijn band en voorheen was Noordkaap dat. Afgelopen maandag was Monza zo vriendelijk af te dalen naar Vlaams cultureel centrum de Brakke Grond te Amsterdam, een theatertje waar men op een tribune dient te zitten en waar men niet roken mag, zodat de Geest van de Rock en Roll even ver te zoeken leek als een zinnig woord in een persconferentie van Regilio Tuur.

Geheel conform het anti-rock ’n roll-gehalte van een theater was het eerste bandje (dat luisterde naar de naam DeLaVega) van een verpletterende slaapverwekkendheid. Zelden zulk een fantasieloze kruising gehoord tussen soul, funk, r&b, gitaarrock en hiphop, muziekstijlen kortom die altijd gebruikt worden door bands die in programmaboekjes als eclectisch worden omschreven. Doe er een te zacht zingend zangeresje bovenop, getooid met een laffe uitvoering van een Erica Badu-tulband en binnen de minuut heb je spierpijn in de kaken van het gapen. Gelukkig mocht je binnen niet roken, zodat mijn lief en ik – beiden, zeker in dit soort situaties, toch van nature geneigd beleefd te blijven luisteren – het aandurfden de zaal te verlaten en plaats te nemen in het aangrenzende cafe voor een biertje en een welverdiend sigaretje.

Maar toen kwam Monza om de avond op grootse wijze te redden. Ze waren hier eigenlijk ter gelegenheid van hun nieuwste digitale schijf, Grant geheten, die het verdient om ten minste door U te worden beluisterd. Hoewel wij zoals gezegd genood waren zittend toe te kijken en het hier een bijzonder klein zaaltje betrof, speelde Monza alsof hun leven ervan af hing. Stijn Meuris zong en krijste en schreeuwde dat het een aard had. Bovendien bleek hij verrassend soepele heupen te hebben en een aantal danspasjes in de voeten waar menig maillot minnende balletdanser stinkend jaloers van zou worden. Dood aan Alle Meisjes zong ie, en Van God Los en dat op een keer bij zijn thuiskomst, de uitkomst van de toekomst negatief bleek. Later kwam mijn lief er via een recensie in Humo achter dat dit laatste ging over de zelfmoord van de vriendin van Stijn Meuris. En met terugwerkende kracht marcheerde er een leger aan rillingen over m’n ruggengraat.

De volgende dag, mijn kater had inmiddels epische proporties aangenomen, werd ik gebeld door Ja (spreek uit: Dzjee) of ik mee wilde naar The Kills. En aangezien Ja sinds een bezoek aan een festival in IJsland niet over The Kills kan ophouden, zag ik geen mogelijkheid om dit aanbod te weigeren. En zo kwam het dat ik die avond, nog een beetje nabibberend van eerder genoemde kater, met een reeks verse biertjes in de hand in de grote zaal van de Melkweg getuige was van een concert van The Kills, waar de vonken vanaf sprongen. Een man, een vrouw, twee gitaren en een drumcomputer, meer heeft men soms niet nodig om een groots en meeslepend concert te geven. Was het bij Monza de emotie die hoogtij vierde, bij The Kills was het stijl, en wel van het soort dat de Duitsers als Ubercool zouden omschrijven. Hij met een leren jackie en de motorisch gestoorde danspasjes van een defecte robot, zij met een pony tot over haar neus. De seksuele spanning knetterde onophoudend over en weer op het podium en bij tijd en wijle dreigde het boeltje te ontploffen. Ju, die ook mee was, meende dat dit kwam door de relatie tussen de bandleden. Dat hij al sinds z’n zestiende op haar verliefd is, maar dat hij zijn liefde nooit ten volle heeft durven uiten. En zij weet stiekem wel dat hij verliefd is, maar zij negeert zijn liefde en rotzooit vrolijk door met andere jongens die niks voor haar betekenen (soms zelfs in het kamertje naast hem zodat hij alles kan horen). En op het podium vormen zijn frustratie en haar onverschilligheid een chemische reactie die als een kolkende mix tussen disco, punk en blues de zaal in gespuwd worden. Fuck the People, luidde de tekst van een der laatste nummers. En zo, lieve lezers, is het maar net.

Rest mij niks dan u nog even te wezen op een verhaal van oom Max dat u kunt lezen op het onvolprezen Bicat. Ik dank u.

Pollux

Posted by molovich at 5:17 PM MEST
Updated: Thursday, 28 April 2005 3:10 PM MEST
Post Comment | View Comments (6) | Permalink

Newer | Latest | Older